Venray sluit 2020 af met positief saldo en focust op realisatie lopende plannen en projecten

Publicatiedatum: 
26 mei 2021
Ondanks de coronacrisis, laat de jaarrekening 2020 van gemeente Venray een positief resultaat zien van € 242.000,-. Toch kiezen burgemeester en wethouders ervoor om geen grote nieuwe ambities op te nemen in de kadernota 2022, maar te focussen op een succesvolle realisatie van lopende plannen en projecten. De reden daarvoor is dat er financieel onzekere tijden aankomen. Zo zijn de gevolgen van de coronacrisis nog niet te overzien en ook de koers van een nieuw kabinet is nog niet helder.

Laatste jaar raadsperiode

Voor het college van B&W is het laatste jaar van de raadsperiode ingegaan. De uitvoering van de programmabegroting 2022 gebeurt straks voor een deel door een nieuw college. Dit is voor het huidige college één van de redenen om nu een beleidsarme kadernota 2022 voor te leggen.

Invloed corona op planning en realisatie

Een andere reden is COVID-19. Hoewel de dienstverlening van de gemeente tijdens de coronacrisis op peil is gebleven, zijn een aantal ambities uit het collegeprogramma nog niet volledig gerealiseerd. Het college vertrouwt erop na de zomer, als een groot deel van de Nederlandse bevolking is gevaccineerd, lopende plannen en projecten verder op te pakken en deels nog deze raadsperiode succesvol af te ronden.

Stijgende kosten Sociaal Domein

Een derde reden voor terughoudendheid is dat de financiële vooruitzichten op dit moment niet goed zijn. Met name de kosten van het Sociaal Domein lopen verder op. Compensatie door het rijk is tot op heden onvoldoende gebleken. Het rijk erkent inmiddels dat gemeenten financieel in de knel zijn geraakt. Toch is nog onzeker hoe dit zich vertaalt in een nieuw regeerakkoord.

Organisatie onder druk

Door het ambitieniveau, de extra taken en werkomstandigheden als gevolg van COVID-19 is het werkvolume voor de organisatie te hoog geworden. Het college stelt daarom voor om een incidenteel bedrag beschikbaar te stellen voor de komende drie jaar om de slagkracht van de organisatie tijdelijk te vergroten en kiest tevens voor een beperkte structurele toevoeging aan de formatie van de organisatie.

Wethouder Jan Jenneskens: “Ik ben er trots op dat we, ondanks de coronacrisis, het jaar 2020 met een positief resultaat hebben kunnen afsluiten. Ook de kwaliteit van de dienstverlening is gelukkig op peil gebleven. Richting de toekomst willen en móeten we een financieel gezonde organisatie blijven. Ook de werklast moet in balans zijn met onze ambities. Daarom is het zaak om nu pas op de plaats te maken en eerst goed af te maken waar we mee bezig zijn. We willen een nieuw college in 2022 een goede start laten maken, dus focussen we ons nu op een succesvolle afronding van onze lopende plannen en projecten. Ook zullen de komende tijd de gevolgen van de coronacrisis voor onze gemeenschap zichtbaar worden. Ook daar moet onze volle aandacht naar uit kunnen gaan”.

Positief saldo in 2020; prognose 2021 in rood

Hoewel de jaarrekening 2020 nog een positief resultaat laat zien, loopt het jaar 2021 al in de rode cijfers met een huidig negatief resultaat van ongeveer € 2,5 miljoen. De oorzaak hiervan ligt grotendeels in de oplopende uitgaven bij de jeugdzorg en de Wmo. Voor beide was in de begroting 2021 al rekening gehouden met stijgende kosten, maar deze blijken nu nog hoger uit te pakken.

Negatieve prognose voor komende jaren

De huidige prognose laat een structureel tekort op de begroting zien voor de komende jaren. Toch wil het college van B&W nog geen maatregelen voorstellen om tekorten te voorkomen, zoals het bezuinigen op voorzieningen of het verhogen van de belastingen. Juist om inzichtelijk te maken dat het zonder extra middelen van het rijk niet meer mogelijk is om een verantwoorde, sluitende begroting te overleggen.

Meer duidelijkheid in de zomer

Het college verwacht rond de zomer meer duidelijkheid over de hoogte van de financiële bijdrage van het rijk. De Kadernota schetst een drietal scenario’s hiervoor. Het college gaat nu uit van een ‘voorzichtig’ scenario dat zich vertaalt in een structureel tekort van ongeveer € 2,5 miljoen. Bij het sombere scenario loopt het tekort op van € 5,5 miljoen in 2022 naar bijna € 7 miljoen in 2025. Het optimistische scenario gaat uit van een meerjarig positief saldo. Duidelijk is wel dat een forse extra  bijdrage van het rijk nodig is om de gemeentelijke taken op een goede manier uit te kunnen voeren. Dit geldt zowel voor het Sociaal Domein als voor andere taken waarvoor gemeenten aan de lat staan, zoals de duurzaamheidsopgaven en de uitvoering van de Omgevingswet.