Esgronden
Rondom de dorpen Merselo, Leunen, Oostrum en Castenray ligt een essenlandschap van oude bouwlanden die eeuwenlang zijn bemest met potstalmest. De essen kregen door deze bemesting geleidelijk een bolle ligging, waren vruchtbaar en zijn (nog steeds) grotendeels als akker in gebruik. Het karakter is vooral open, met aan de randen vaak een krans van oude boerderijen en laanbeplanting.
Oorsprong esgronden
Ontwatering van de essen vond plaats door middel van inzijging (wegzakken van regenwater in de ondergrond), zodat kavelsloten nauwelijks voorkwamen. Langs de randen van de essen ligt dikwijls een weg waarlangs de agrarische bebouwing was geconcentreerd. Deze weg is vaak voorzien van laanbeplanting. Beplanting is vooral gelegen bij de bebouwing en naast de wegen. Hierdoor hebben essen een zeer open karakter.
Toekomstperspectieven
In de esgronden liggen linten met verschillende toekomstperspectieven. Bekijk de gebieden op de kaart hieronder:
- Perspectief agrarisch (bruin): Deze gebieden zijn overwegend agrarisch en blijven naar verwachting overwegend agrarisch. Dit betekent dat wij zeer terughoudend zijn met het toevoegen van woningen en andere geurgevoelige objecten. Deze gebieden zijn over het algemeen wat verder van de dorpskernen gelegen.
- Perspectief wonen (oranje): Aangeduide gebieden kennen een toekomstperspectief met overwegend wonen. Deze gebieden liggen veelal direct grenzend aan dorpskernen of bebouwingsconcentraties.
- Perspectief gemengd (blauw): Deze gebieden lenen zich voor een gemengd karakter, waarbij onder andere gedacht kan worden aan wonen, recreatie en kleinschalige bedrijvigheid.
- Perspectief grootschaliger (niet-) agrarische activiteiten (rood): Deze gebieden lenen zich voor grootschalige (niet-)agrarische gebieden. Deze gebieden kenmerken zich door een goede ontsluiting waardoor grootschaligere activiteiten op deze locaties overweegbaar zijn. Deze gebieden lenen zich, onder voorwaarden, voor grotere bedrijvigheid.
Kenmerken
- Ontstaan voor 1800.
- Kavelstructuur uit kleine verkaveling in diverse richtingen.
- Infrastructuur bestaat uit onregelmatige wegen, weg rond esgronden.
- Onregelmatige waterlopen.
- Landschapselementen bestaan uit bomenrijen langs wegen rond de es, bolle akkers.
- Bebouwingsstructuur van esdorpen, lintbebouwing, lanen, erfrandbeplanting.
- Landgebruik / karakter met name hoogproductief agrarisch, akkerbouw en tuinbouw.
Waarden
De esgronden kennen een unieke ontstaansgeschiedenis en zijn herkenbaar door een bolle en open ligging in het landschap. Kleinschalige en onregelmatige verkaveling langs de randen van de es. Bebouwing langs historische wegen op de flanken van de es. Akkerbouw en vollegrond tuinbouw vanwege voedselrijke bodem. Singels en lanen langs de weg rondom de es. (Historische) erven zijn voorzien van erfrandbeplanting.
- Behoud de karakteristieke openheid en de bolle ligging (microreliëf) van de essen. De essen dienen onbebouwd te zijn. Omdat de openheid van de es zeer waardevol is, is dit niet de geschikte locatie voor de aanplant van nieuw bos of ‘bodembedekkende’ functies.
- Stimuleer grondgebonden akkerbouw gericht op voedselproductie vanwege de waardevolle vruchtbare gronden. De landbouwtransitie zal zich in dit deelgebied vooral, richtend op de nabijgelegen kernen, focussen op de transitie naar natuur inclusieve vormen van landbouw en extensivering.
- Behoud de kleinschalige verkaveling en bebouwing langs historische wegen.
- De weg rondom de es markeert de rand van de es. Door het toevoegen van laanbeplanting en weghalen van ongewenste (bedrijfs)bebouwing wordt deze versterkt.
- Het recreatief netwerk voor dorpen vlakbij de es kan versterkt worden. Herstel van historische beplantings-, wegen- en padenstructuren kan samengaan met het uitbreiden van dorpsommetjes.
- Hergebruik van bestaande bebouwing is mogelijk aan de randen van de esgronden, vooral voor bewoning.
- Uitbreidingen van bestaande bedrijvigheid en bewoning zijn slechts beperkt mogelijk aan de randen van de esgronden en passend bij de bestaande stedenbouwkundige opzet en korrelgrootte van de kavels. Grootschalige bedrijvigheid is niet gewenst en mag niet ten koste gaan van de openheid en het zicht op de es.
- Knap waardevolle (historische) bebouwing op, eventueel door splitsing in wooneenheden. Bij splitsing moet een extra meerwaarde gecreëerd worden door de woning goed in te passen in de omgeving, om zo de historische stedenbouwkundige- en landschapsstructuur te behouden, versterken of herstellen.
- Bebouwing past in de kleinschalige landelijke omgeving door de toepassing van gebiedseigen erfbeplanting, met name aan de randen van het erf.
- De kavels hebben een heldere structuur en inrichting rondom de es. Dit betekent een representatieve voorzijde van het erf met woonfuncties, met daarachter de bedrijfskavel met bedrijfsmatige functies.
- Bebouwing staat op enige afstand van de ontsluitingsweg zodat er een groen en representatief voorerf/voortuin gecreëerd kan worden en voldoet aan de Welstandscriteria Buitengebied.
Opgaven
Bekijk de radardiagram hierboven:
- Klimaatadaptatie: water vasthouden hoog in haarvaten, teelt van droogteresistente gewassen
- Landbouwtransitie: ruimte voor high-tech en hoogproductieve landbouw
- Energietransitie: grootschalige energielandschappen
- Vrije tijd: mogelijk op VABs, vooral kansen routing Peel-Raamstelling
- Bedrijvigheid: gemengde grootschalige bedrijvigheid
- Wonen: binnen bestaande clusters
- Erfgoed: behoud openheid schootsveld, schaalgrootte en rechthoekige structuur
- Biodiversiteit: nadruk op groenblauwe dooradering van landbouwgronden
Het essenlandschap is cultuurhistorisch waardevol en heeft daarnaast accent op landbouwtransitie. De overkoepelende richting is om de essen open te houden, te gebruiken voor duurzame en grondgebonden landbouw, en de 'krans' rondom de essen ruimtelijk te versterken met laanbeplanting. De krans mag niet dicht gebouwd worden zodat de es nog beleefbaar blijft vanaf de weg. In het essenlandschap is landbouw altijd beeldbepalend geweest.
Dit landschap is bij uitstek geschikt om grondgebonden landbouw te combineren met recreatieve en educatieve teeltvormen. De vruchtbare esgronden en nabijheid van de esdorpen nodigt mensen uit dit landbouwlandschap te ervaren. Van belang is hier dat de openheid van het landschap behouden blijft. Om dit contrast te versterken kan laanbeplanting langs de wegen de esrand benadrukken, terwijl zandpaden en bloemrijke akkerranden de biodiversiteit op de es zelf kan vergroten. Bestaande kernen focussen op inbreiding om de vruchtbare gronden vrij te houden.
Realisatie van een zonneveld is mogelijk binnen een bestaand bouwvlak van maximaal 2 hectare. Uitgangspunt is volledige sloop van bedrijfsgebouwen. Als bestaande gebouwen blijven bestaan dienen eerst de bedrijfsdaken benut te worden en is een aanvullende investering in kwaliteit vereist. De esgronden zijn aantrekkelijk om te fietsen wandelen. Kleinschalige recreatieve voorzieningen kunnen worden ingepast in bestaande erven.
Uitstraling landschap, erf en bebouwing
- In standhouden van de karakteristieke openheid, de bodemkwaliteit en reliëf van de essen.
- Onbebouwd en onbeplant laten van de oude akkers.
- Behoud van zichten op en over de es.
- Opknappen van waardevolle (historische) bebouwing, eventueel d.m.v. splitsing in wooneenheden. Bij splitsing dient een extra meerwaarde gecreëerd te worden door de woning goed in te passen in relatie tot de omgeving waarin het ligt. Hiermee wordt bewerkstelligd dat de historische stedenbouwkundige- en landschappelijke structuur wordt behouden, versterkt en hersteld.
- Herstel van historische beplantings-, wegen- en padenstructuur.
- Een ontwikkeling mag niet ten koste gaan van de openheid van de es of zicht op de es. Daarbij is het van belang dat bebouwing op kavels zich ook niet verbreedt ten opzichte van de weg.
- Bebouwing past in de kleinschalige landelijke omgeving door middel van toepassing van gebiedseigen erfbeplanting.
- Er dient altijd sprake te zijn van een goede ordening op een kavel. Dit betekent een representatieve voorzijde van het “erf” met de woonfuncties, met daarachter gelegen de bedrijfskavel met bedrijfsmatige functies. Ook als het erf enkel een woonbestemming heeft moet de ordening op het “erf” visueel laten aansluiten bij dit principe.
- De situering van de bebouwing kan wel variëren. Wel dient er sprake te zijn van samenhang tussen de bebouwing: een compact erf met korte onderlinge afstanden tot bebouwing, vormgeving van de bebouwing en materiaal- en kleurgebruik. Een compacte erfindeling is het uitgangspunt.
- Het voorerf is groen en representatief ingericht (gras, solitaire bomen, haag), geen opslagfuncties.
- Parkeren zo veel mogelijk op eigen terrein, ingepast met een bosje of een inheemse haag.
- Welstandscriteria Buitengebied.


.png&w=1920&q=75)


