Beekdalen

Het beekdallandschap loopt als groenblauwe aders in west-oostelijke richting naar het Maasdal. De lager gelegen en van oudsher natte beekdalen waren in gebruik als weidegronden met weinig tot geen bebouwing. Kenmerkend is weinig bebouwing, afwisseling tussen weidse openheid en kleine landschapselementen, en haaks liggende verkaveling en lanen t.o.v. de beek. Tijdens de ruilverkavelingen zijn de beken op sommige plaatsen verregaand gekanaliseerd om water snel af te voeren. Het landschap rondom het beekdal werd hier grootschaliger en het oorspronkelijke beekdal kreeg hier minder ruimte. Hierdoor zijn veel kenmerkende elementen uit het beekdallandschap verdwenen en is ook de herkenbaarheid van het beekdallandschap grotendeels verdwenen. In tegenstelling tot vroeger komt er nog maar weinig beplanting voor in de beekdalen. Wel zijn nog beek begeleidende bosstructuren aanwezig. Op sommige plekken is het meanderen van de beek hersteld of wordt dit in de toekomst nog hersteld en worden beplantingsstructuren hersteld.

Kenmerken

  • Ontginningsperiode voor 1800.
  • Kavelstructuur uit mozaïek, grote blokverkaveling.
  • Infrastructuur bestaat uit hoofdwegen parallel langs de beek.
  • Beek met zijbeken.
  • Landschapselementen bestaan uit bossages en parallel van de beek liggende heggen.
  • Bebouwingstructuur van linten parallel aan het beekdal.
  • Landgebruik overwegend grasland.

Waarden

Bebouwingsvrij houden van het beekdal. Er is ruimte voor waterberging en natte natuur. Er zijn open zichtlijnen richting de beek.  

  1. Beekdalen zijn bij uitstek een landschapstype om water vast te houden. Het klimaat robuust inrichten van brede beekdalen heeft prioriteit en kan ook omliggende deelgebieden weerbaar maken tegen klimaatverandering. De Kader Richtlijn water is een waterkwaliteitsopgave. Zet in op het toevoegen van groen en het geven van meer ruimte aan de beken. Mogelijke richtingen zijn onder andere het hermeanderen en/of het vergroten van het natuurlijke overstromingsgebied.
  2. Beekdalen lenen zich goed voor natte natuurontwikkeling. De beken zijn belangrijke groenblauwe aders door het gebied voor flora en fauna. Intensieve landbouw tot aan de beek is niet wenselijk.
  3. Beken zijn geschikt voor diverse recreatiemogelijkheden. Natuurbeleving kan gestimuleerd worden met bijvoorbeeld wandelpaden langs de beek als overgang tussen dorp en landschap.
  4. Het beekdal dient meer zichtbaar te worden als één samenhangend landschapstype. Beekbegeleidend bos kan als meanderende, lintvormige houtopstand de beek meer herkenbaarheid geven, gezien vanaf grotere afstand. Ook is beekbegeleidend bos waardevol voor natuurwaarden en het vertraagd de waterafvoer.
  5. Er wordt ingezet op het herstellen van verdwenen landschapselementen die het kleinschalige karakter van het beekdal typeren. Dit zijn bijvoorbeeld solitaire bomen en houtsingels of landschappelijk hagen die haaks op de beek staan. Vergezichten vanaf de weg naar de beek dienen behouden te blijven.
  6. Langs het beekdal worden wegen landschappelijk ingepast met laanbeplanting.
  7. In het beekdal is geen nieuwe bebouwing toegestaan. Zet in op vermindering van de bebouwing in het beekdal of hergebruik van bestaande bebouwing.
  8. Bedrijvigheid is alleen beperkt mogelijk aan de randen van het beekdal, waarbij er voldoende afstand tot de beek moet zijn t.b.v. klimaatadaptatie. Grootschalige bedrijvigheid is niet gewenst.
  9. Stimuleer extensieve begrazingsvormen in het beekdallandschap.
  10. Versterk de beleefbaarheid van erfgoed en verbind deze met recreatieve routes.
  11. De bebouwing is gesitueerd aan en georiënteerd op de weg op afstand van het beekdal. Houd de bebouwing zo compact mogelijk in verband met de gewenste afstand tot het beekdal.
  12. Zorg voor een landschappelijke inpassing van het erf, bijvoorbeeld met behulp van houtsingels en gebiedseigen erfbeplanting.
Kavel Beekdalen

Opgaven

Bekijk de radardiagram hierboven:

  • Klimaatadaptatie: water vasthouden hoog in haarvaten, teelt van droogteresistente gewassen
  • Landbouwtransitie: ruimte voor high-tech en hoogproductieve landbouw
  • Energietransitie: grootschalige energielandschappen
  • Vrije tijd: mogelijk op VABs, vooral kansen routing Peel-Raamstelling
  • Bedrijvigheid: gemengde grootschalige bedrijvigheid
  • Wonen: binnen bestaande clusters
  • Erfgoed: behoud openheid schootsveld, schaalgrootte en rechthoekige structuur
  • Biodiversiteit: nadruk op groenblauwe dooradering van landbouwgronden

Belangrijkste opgaven in de beekdalen zijn klimaatadaptatie en biodiversiteit, door water te bufferen en kansen voor natte natuur te benutten. Recreatief medegebruik is op extensieve wijze mogelijk, waarbij de beekdalen open en bebouwingsvrij blijven. Natuurontwikkeling en extensieve vormen van grondgebonden veehouderij zijn onder voorwaarden mogelijk. De ruimtelijke kwaliteit van de beekdalen is gebaat bij het verruimen en vasthouden van water in de beekloop, het planten van nat bos in de beekdalen en het versterken van recreatieve routes om de beek beleefbaar te maken. Waterschappen kunnen in de toekomst niet altijd, overal waterveiligheid binnen de beekdalen garanderen. Daarom is nieuwe woningbouw en bedrijvigheid binnen de beekdalen niet wenselijk. Om uitspoeling van schadelijke stoffen te voorkomen zijn alternatieven voor intensieve landbouw langs de beek gewenst. Alternatieven kunnen extensieve begrazing of natte teelten zijn.

Uitgangspunten voor landschap, erf en bebouwing

  • De beekdalen zijn in principe onbebouwd. Alleen als bijzonder accent en in combinatie met beekdalontwikkeling (beekherstel, verbeteren recreatieve gebruiksmogelijkheden) is nieuwe bebouwing mogelijk.
  • Daar waar de beekdalen grenzen aan dorpsranden zoekt het dorp weer contact met het beekdallandschap en geeft de beek de ruimte. Dit kan door de weg aan de buitenzijde van het dorp te leggen zodat woningen aan de voorzijde zicht hebben op het beekdal of de achterzijden landschappelijk in te passen.
  • Gebruik gebiedseigen beplanting.
  • Kavel/erf past in de kleinschalige landelijke omgeving door middel van toepassing erfbeplanting aan alle zijden van het erf.
  • Bebouwing is gesitueerd aan en georiënteerd op de weg. Bebouwing wordt zo compact mogelijk gehouden in verband met gewenste afstand tot het beekdal.
  • Bebouwing staat altijd op enige afstand van de ontsluitingsweg zodat er een groen en representatieve voortuin gecreëerd kan worden.
  • Bebouwing staat parallel aan de weg.
  • Bebouwing sluit aan bij de streekeigen architectuur.
  • Streekeigen bebouwing in de (nabije) omgeving kan dienen als inspiratie.
  • Welstandscriteria Buitengebied.